| |
|---|
|
Een Armeense reactie van dhr. Th. Gregorian Voorwaarde voor de toetreding van Turkije tot de EU: Erkenning van de Armeense genocideNRC - Handelsblad heeft zich weer als spreekbuis laten gebruiken door de Turkse propagandamachine. In plaats van de publicatie van een artikel dat publicatie van een artikel die de gedenkdag van de Armeense genocide in 1915 rechtdoet, publiceert de krant op 24 april een brief met de titel "Turkije heeft geen genocide op Armeniërs gepleegd" en dan wordt daarbij nog een smakeloze tekening afgedrukt. In de brief van A. Tanir is de Turkse vorm van de Auschwitzlüge direct herkenbaar. Er worden weer eens een aantal klassieke ontkenningsleugens geproduceerd. Er wordt bijvoorbeeld beweerd dat de "huidige republiek Turkije niets te maken heeft met het Osmaanse Rijk". Maar het is een feit dat het omdopen van het Osmaanse Rijk in de Republiek Turkije in 1923 weinig verandering in de mentaliteit en het despotische karakter van de Turkse politieke elite heeft gebracht. In feite was Mustafa Kemal (Atatürk), de oprichter van de Republiek, al vanaf 1907 als jonge officier en lid van de beweging "Jonge Turken" vaker direct betrokken bij slachtingen van Armeniërs, Grieken en later Koerden. Niet alleen Mustafa Kemal maar ook andere belangrijke figuren van de Turkse Republiek waren leden van deze beweging. De Jonge Turken waren extreme nationalisten die uiteindelijk de massale anti-Armeense pogroms aan het eind van 19e eeuw door Sultan Abdül Hamid, omzetten in de genocide van 1915-1923. De Jonge Turken en later Kemalisten wilden een Turkije stichten waar geen plaats meer was voor niet-Turken. Uitroeiing van de Armeniërs was voor hen de beste manier om het oosten van Turkije veilig te stellen. Dit denkpatroon is ook te zien in de pogingen van de Kemalisten om de rest van de Armeniërs in Oost Armenië uit te roeien, bijvoorbeeld in de aanval van het Turkse leger op Gumrie (het Sovjetische Leninakan). Daar werden in 1920 zestigduizend Armeense burgers afgeslacht. Aan deze laatste poging tot uitroeiing van de Armeniërs door de Turken is alleen door de Sovjetisering in 1921 een einde gekomen. Het argument dat men "bij het stichten van de Turkse Republiek destijds een streep heeft gezet onder zaken gerelateerd aan het Ottomaanse Rijk" geeft natuurlijk geen rechtvaardiging voor het ontkennen van de genocide. Het erkennen van genocide en misdaden tegen de mensheid, zoals Duitsland dat gedaan heeft, is juist het beste middel om dit soort misdaden in de toekomst te voorkomen. Het is interessant om te zien dat Turkse nationalisten, op momenten dat het hen wel uitkomt, het Osmaanse Rijk bejubelen en dat men op die momenten wel trots is op het Osmaanse verleden. Gaat het echter om het geval van de genocide, dan wil men niets meer met het Osmaanse Rijk te maken hebben. Deze onvolwassen houding t.o.v. het verleden is juist wat de Turken zo belemmert in hun ontwikkeling. Een ander voorbeeld van de Turkse propaganda is het spreken van een "bevoorrechte positie" van de Armeniërs in het Osmaanse Rijk, omdat zij zelfs vrijgesteld waren van de dienstplicht. Het feit is dat de Armeniërs, als niet-moslims en tweederangsburgers, eeuwen lang geen wapens mochten dragen en daarom ook geen deel uit konden maken van het leger. Door dit "voorrecht" was de Armeense plattelandsbevolking overgeleverd aan gewapende (leger)bendes van Koerden en Turken. Dat was dus geen voorrecht, maar een middel om een volk te onderdrukken. Het is pas na de constitutionele revolutie van 1908 dat deze situatie veranderde. Vanaf 1909 moesten de Armeniërs ook hun militaire dienstplicht doen. Zij werden b.v. in de Balkanoorlog van 1912 ingezet. De dienstplicht van de Armeniërs, tijdens de Eerste Wereldoorlog, werd gebruikt als een middel om tijdens de uitvoering van de genocide de Armeense dorpen te ontdoen van de jonge mannen die eventueel enige vorm van weerstand konden bieden. Zo was het veel makkelijker om de weerloze oude mannen, vrouwen en kinderen te vermoorden of te deporteren. De Armeense dienstplichtigen werden vervolgens of ontwapend en vermoord of in de werkbataljons zwaar mishandeld en daarna gedood. Deze feiten laten ook zien hoe absurd de bewering van het vermoorden van Turken, Koerden en Joden door de Armeniërs is. Hoe zou een volk dat ontdaan was van zijn jonge mannen, zonder wapens en zonder een georganiseerd leger ooit zulke grootschalige slachtingen kunnen organiseren en uitvoeren? Verder is het opmerkelijk dat de Turkse regering het argument van het vermoorden van Joden pas na de Holocaust in verband gebracht heeft met de Armeniërs om bij het publiek in Europa en Amerika op bepaalde sentimenten te werken. Het zijn juist de Turkse nationalisten die proberen de Turkse burger- en militaire slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog (b.v. door oorlogsomstandigheden zoals epidemieën) in Armeense "schoenen te schuiven". Ook een klassieke ontkenningstruc van Turkse propagandisten. Soms accepteren de Turkse nationalisten dat er wel sprake is geweest van massaslachting en deportaties van Armeniërs, maar er wordt ontkend dat het een genocide is geweest. Met de term genocide wordt bedoeld vermoorden, of het bewust opleggen van levensomstandigheden die vernietiging ten gevolge hebben van een nationale, etnische, raciale of religieuze groep. Dat het om een genocide gaat, bewijzen bijvoorbeeld talloze Duitse ooggetuigeverslagen (Duitsland was een bondgenoot van de Ottomaanse Rijk), maar ook het verslag van het Turkse Militaire Tribunaal van 1919 in Istanbul. De anti-Armeense genocide van 1915-1923 is niet controversieel, deze genocide is een historisch feit. Maar het blijft een sluipend gevaar wanneer deze genocide niet door de Turken erkend wordt . De recente (1988-1991) uitbarsting van anti-Armeense pogroms in Azerbeidzjan (Soemgaït, Sjoesji, Chodjali, Gandja, Sjemach, Sjamchor, Bakoe en andere plaatsen) tonen nog eens aan hoe gevaarlijk het is wanneer een genocide niet besproken en verwerkt is. De militaire aanvallen van de Azeri-Turken op de Armeniërs van Artsach (Nagorni-Karabach) hebben nog eens laten zien dat de gedachte van het Pan-Turkisme nog bij veel Turkse nationalisten, zowel in Turkije als ook in Azerbeidzjan leeft. Europa kan dit niet zomaar laten gebeuren. De Armeniërs van Artsach hebben geen Azerbeidjaanse territorium bezet maar ze hebben geprobeerd hun land veilig te stellen en zich voor nieuwe slachtingen te behoeden. Helaas wordt politiek niet bedreven op basis van ethische normen en waarden, maar op basis van macht en economische belangen. Turkije is een NATO bondgenoot van Nederland en Azerbeidzjan is een olierijke republiek en in dat opzicht zal de Nederlandse regering waarschijnlijk niet de moed hebben om de Armeense genocide te erkennen. Maar de opname van Turkije in de Europese Unie kan niet zonder erkenning van de Armeense genocide. Daarom ben ik het geheel met Peter van Ham (NRC Handelsblad, Opinie, 15 april 2004) eens als hij zegt: "Alleen wanneer Ankara ondubbelzinnig de historische feiten onder ogen ziet kan sprake zijn van werkelijke 'Europeanisering'. Dit betekent dat de Armeense genocide in de Turkse geschiedenisboekjes moet komen, waardoor er eindelijk een einde komt aan het Ottomaanse denkbeeld dat Turkije op de een of andere manier superieur is aan de buurlanden.".
Th. Gregorian, |
|---|