| Dit artikel is door een Armeniër geschreven, en is geweigerd door Volkskrant om geplaatst te worden. |
Staatsgeschiedenis? Volkerenmoord verjaart niet! |
Met alle respect voor de bijdragen van Ronald Plasterk in het verleden, getuigt zijn laatste bijdrage over de erkenning van de Armeense genocide (Forum, 29-09-2006) van te weinig kennis en inzicht in deze materie.
Plasterk beweert dat je in een vrij land een mening mag hebben over de vraag of er een genocide is gepleegd op de Armeniërs of niet. Hij maakt een volledig mank lopende vergelijking tussen het wel of niet plaatsvinden van de genocide met het wel of niet geloven in God. Het vraagstuk van de Armeense genocide is geen vraagstuk van mening of geloof. Het is een goed gedocumenteerd feit. Een gebeurtenis net zoals de Holocaust. Hoe kan Plasterk het zich permitteren een genocide te bestempelen als discutabel als hij de Armeense genocide nu pas uit de kranten kent. Over de gebeurtenissen kan geen verschil van mening bestaan, behalve als men door falsificatie van de geschiedenis bepaalde politieke doelen wil bereiken zoals Turkije dit al sinds het voltrekken van de genocide op de Armeniërs doet.
Plasterk beweert dat je de genocide op de Armeniërs en op de Amerikaanse Indianen niet kunt vergelijken met de Holocaust, omdat de Holocaust recenter en dichterbij was. Hij beweert ook dat Tweede Kamerleden om deze reden het recht hebben om geen mening te hebben over de Armeense genocide. Erkenning van een genocide is niet plaats- en/of tijdgebonden. Alle genociden zijn criminele misdaden tegen de menselijkheid. Mevrouw Albayrak kan zich als tweede op de lijst van de PvdA niet verschuilen achter een gebrek aan informatie betreffende de Armeense genocide. Deze informatie is overal beschikbaar. Het is een noodzaak dat politici met een Turkse achtergrond in Europa stelling nemen over de Armeense genocide, ook mevrouw Albayrak. Dat deze politici al jong uit Turkije vertokken zijn of hier geboren zijn, betekent niet dat zij geen stelling hoeven te nemen. Ze hebben hier juist alle kansen om zich op de hoogte te stellen van wat er werkelijk gebeurd is.
Het getuigt ook van weinig eigen initiatief en van het afschuiven van de eigen verantwoordelijkheid, als men zich telkens verschuilt achter de roep om historisch onderzoek. Historisch onderzoek is er te over, men moet de wil en de moed hebben om het te lezen en te verwerken.
Er zijn verschillende redenen waarom men de ontkenning van een genocide aan de kaak moet stellen en eventueel moet verbieden:
(a) ontkenning van een genocide kan een voorfase van een nieuwe genocide zijn, men moet van de geschiedenis leren;
(b) als de ontkenner een staat is die door haar macht een grote invloed kan uitoefenen op regionale en internationale politiek dan kunnen de gevolgen van ontkenning zeer groot en catastrofaal zijn.
Zo waren de onbestrafte massamoorden op ruim tweehonderdduizend Armeniërs in 1894-1896 door Sultan Abdülhamid en de massakers van Adana in 1909 door de Jonge Turken een aanmoediging voor de genocide van 1915-1923 op de Armeniërs.
"Wer redet heute noch von der Vernichtung der Armenier?" is het bekende citaat uit Hitlers toespraak voor de Duitse officieren aan de vooravond van de aanval op Polen. Dit is een bevestiging van het feit dat als een genocide niet erkend en bestraft wordt, dat later een vrijbrief kan worden voor nieuwe genociden.
Doordat Turkije niet bestraft is voor haar misdaad tegen de menselijkheid en door de grote invloed van Turkije in NAVO-verband zien we vandaag de dag nog de voortzetting van de agressieve Turkse politiek tegen Armenië. De Armeense Republiek wordt nu al meer dan 15 jaar onder blokkade gehouden door Turkije. Turkije ondersteunt Azerbeidzjan militair en politiek in zijn onverklaarde oorlog tegen Armenië. De recente (1988-1991) uitbarsting van anti-Armeense pogroms in Azerbeidzjan tonen nog eens aan hoe gevaarlijk het is wanneer een genocide niet besproken en verwerkt is en wanneer het nationalisme en de gedachte van het Pan-Turkisme nog bij veel Turken, zowel in Turkije als ook daarbuiten leeft. Turkije en de Turkse Grijze Wolven en Milli Görüs proberen door infiltratie in de Europese politieke partijen een nog grotere invloed uit te oefenen op de politieke besluitvorming in Europa. Plasterk moet beseffen dat we hier niet te maken hebben met een abstracte zaak, ver van ons bed. Een concreet voorbeeld hiervan is juist de kwestie van Nagorny Karabakh (het Armeense Artsakh). Deze kwestie is nu onder behandeling bij de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). Europese politici die niet vrij zijn van Turkse nationale sentimenten kunnen hier een kwalijke invloed hebben. Het vraagstuk van de ontkenning van de Armeense genocide door een lid of een vertegenwoordiger van een Europese politieke partij is dus niet een vraagstuk van Verweggistan en van eeuwen geleden. Turkije en Armenië zijn dichterbij dan ooit en onopgeloste problemen uit het verleden zullen ons blijven achtervolgen.
|