Home

Over ons

Geschiedenis

Genocide

Nieuws

Activiteiten

Links

Gastenboek

Contact

Archief

Toenadering Turkije en Armenië terug bij af


17 maart 2010 ; Nederlands Dagblad – De toenadering tussen Armenië en Turkije, vorig jaar nog bekrachtigd met het tekenen van protocollen op weg naar het openen van de grenzen is praktisch terug bij af.

Premier Erdogan sprak woensdag over het uitzetten van 100.000 illegaal in Turkije verblijvende Armeniërs. Het is nieuwe olie op het vuur in een relatie die ernstig verstoord is door de erkenning van de Armeense genocide in Zweden en de aanzet tot erkenning van de genocide in de Verenigde Staten.

Erdogan sprak met de BBC tijden een bezoek aan de Britse premier Brown. ,,In mijn land wonen bijna 170.000 Armeniërs'', zei hij tegenover de BBC, ,,70.000 van hen zijn mijn burgers. De anderen zijn slechts tijdelijk in ons land. Als het nodig is, zal ik hen terugsturen naar hun eigen land.''

Zijn uitspraken liggen uiterst gevoelig. Het oosten van Turkije werd oorspronkelijk bewoond door Armeniers. Na de Eerste Wereldoorlog zijn zij uit gebied verderven. Naar schatting 1 miljoen Armeniers kwamen om het leven bij de genocide die daarmee gepaard ging. Turkije heeft de genocide altijd ontkend.

Teleurgesteld

In politiek Armenië werden de uitspraken niet direct veroordeeld. Tegenover de krant Amrmenianow zei Marine Minasyan van de Armeense Jeugdbeweging vooral daarover teleurgesteld te zijn. ,,Ik ben niet boos op de uitspraken van Erdogan, maar wel op de stilte van de Armeense kant. ''

In Turkije zelf werd wel direct gereageerd op het nieuws. Minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoglu verklaarde direct dat ,,dergelijke uitspraken het belang van Turkije niet dienen''. Volgens de minister zal de mogelijk uitzetting van Armeense burgers een troef zijn voor de tegenstanders van Turkije. ,,Turkije zal geportretteerd worden als een racistische natie.''

Oppositie

De woorden van Erdogan komen niet uit de lucht vallen. Op 15 maart vroeg Janan Artman, lid van de oppositie in het Turkse parlement al om het uitzetten van de Armeniërs.

Erdogan gaf in het interview tevens aan dat de schuld voor het uitblijven van toenadering vooral aan Armeense zijde ligt. Hij legt de schuld voornamelijk bij de Armeense diaspora die zich voornamelijk in Amerika en Frankrijk vindt. Juist deze diaspora is fel tegen toenadering omdat Turkije volgens hen eerst de genocide moet erkennen.

De grootste obstructie voor toenadering is echter de het conflict om Nagorno-Karabach tussen Azerbeidzjan en Armenië. Turkije vindt dat eerst daarvoor een oplossing gevonden moet worden. Armenië vindt echter dat beide zaken los van elkaar gezien moeten worden.