Home

Activiteiten


Activiteiten

Zoals voorgaande jaren herdachten Nederlandse Armeniërs tevens dit jaar 1,5 miljoen onschuldige slachtoffers van de Armeense Genocide van 1915. Het programma van het 92-ste jaar van de eerste genocide van de 20-ste eeuw was uitgebreid. In samenwerking met de Armeense Apostolische Kerk te Almelo organiseerde Hay Tad Nederland (Nederlands-Armeens comité voor Rechtvaardigheid en Democratie) bijeenkomsten op ver van elkaar liggende plaatsen.

De eerste helft van de dag vond een demonstratie plaats te Den Haag.

Ondanks positieve ontwikkelingen in Nederland en andere Europese landen wordt op dit moment volgens Hay Tad Nederland weinig of onvoldoende gedaan voor het herstel van historische rechtvaardigheid. Met de motie van 21 december 2004 heeft Nederland een moedige stap gezet naar internationale erkenning van de genocide. Nederland werd een van de eerlijke landen in de wereld die de Armeense Genocide van 1915 officieel erkende. Helaas is na deze historische beslissing een stagnatie periode gekomen in de uitvoering van de motie Rouvoet. Een logisch gevolg van deze motie zou kunnen zijn erkenning van de genocide als een verplichte voorwaarde voor de toetreding van Turkije tot de Europese Unie. Maar de Nederlandse regering heeft weinig gedaan om dit te bereiken. Integendeel, de Europese Unie doet zijn ogen dicht voor talloze gebreken in de Turkse samenleving. Daardoor gaat Turkije nog harder door met zijn ontkenningspolitiek. Doodschieten van Herant Dink, bedreigingen van vooraanstaande Turken zoals Taner Akcam en Orhan Pamuk, onvoorspelbare toename van nationalisme zijn gevolgen van een verkeerde aanpak van de Europese Unie.

Deze en nog vele andere argumenten waren redenen voor de demonstratie in de loop waarvan een petitie werd aangeboden aan de Tweede Kamer. Er waren 4 punten onder de aandacht gebracht. Namens duizenden Nederlandse Armeniërs vroeg Hay Dat het volgende aan de Nederlandse regering:

1. De Armeense gemeenschaap in Nederland roept de Tweede Kamer op om het wetsvoorstel van de         Christen Unie over het strafbaar stellen van de ontkenning van de genociden aan te nemen.
2. De Armeense gemeenschap roept de Nederlandse regering op om aan de motie van 21 december 2004 kracht van de wet te geven en 24 april aan te merken als een herdenkingsdag van de onschuldige slachtoffers van de Armeense Genocide van 1915.
3. De Armeense gemeenschap eist van de Nederlandse regering om de motie van 21 december 2004 op een consistente wijze uit te voeren. Niet alleen tijdens de onderhandelingen over zijn lidmaatschap, maar ook in allerlei betrekkingen, dient de Nederlandse regering Turkije onder druk te zetten om de Armeense Genocide van 1915 te erkennen.
4. Nederland dient ernaar te streven om de erkenning van de Armeense Genocide van 1915 als een van de belangrijkste voorwaarden voor de toetreding van Turkije tot de Europese Unie te stellen.

Een delegatie van 5 personen van Hay Tad Nederland overhandigde de petitie aan de commissie van de Buitenlandse Zaken. De voorzitter van de commissie, de heer H.S. Ormel (CDA) en de leden van de commissie (de heer van de Staaij, SGP, de heer Waalkens, PvDA, mevrouw K. Ferrier, CDA, mevrouw K. van Gennip, CDA, mevrouw Wiegman, CU) namen gedurende een kort gesprek de petitie in ontvangst. Er werd toegezegd dat de commissie zich zal buigen over de inhoud van de petitie en dat Hay Tad Nederland een reactie zal ontvangen.

Daarna marcheerden de demonstranten naar de Turkse Ambassade. Oproepen zoals "De Armeense Genocide moet erkend worden", "Toetreding Turkije: nee, nee, nee; erkenning genocide ja, ja, ja'' brachten wederom de straten van Den Haag in trilling.

Verder